Achtergronden

De oorsprong van het conflict bevindt zich in Zuid-Oost-Azië. Eeuwenlang beheert Nederland een groot deel van het enorme eilandenrijk Indië als kolonie. Daaraan komt na een onafhankelijkheidsstrijd een einde en ontstaat Indonesië: een verzameling volkeren onder een nieuwe staatsvorm. De Molukse eilanden moeten tegen wil en dank opgaan in deze, door innerlijke spanningen bedreigde, federale staat. Zij roepen in 1950 een zelfstandige staat uit, de RMS, die door niemand wordt erkend. Het federale Indonesische leger probeert de opstandige eilandengroep met militair geweld in het gareel te krijgen. Veel Molukkers, vooral zij die in het verleden als militair in het Nederlands-Indische leger gediend hebben, komen in het nauw. Als oplossing komen zij ‘tijdelijk’ naar Nederland. Het gaat echter anders lopen.

 

De Molukse bevolkingsgroep voelt zich misdeeld en bedrogen door de Nederlandse regering. Destijds gedane beloften aan deze voormalige onderdanen van het Nederlands-Indische rijk zijn in hun ogen niet nagekomen. De eerste generatie schikt zich nog, maar de jongeren radicaliseren in de jaren ’60 en ’70 steeds sneller. Zij zien de invloed van radicale onafhankelijkheidsbewegingen en spiegelen zich aan die resultaten. Demonstraties worden steeds harder en monden tenslotte uit in enkele grimmige gijzelingsacties. In december 1975 het Indonesische consulaat in Amsterdam en een trein bij Wijster in Drenthe. In mei 1977 een lagere school in Bovensmilde en een intercity bij De Punt, opnieuw in Drenthe. De acties passen in het beeld van de woelige jaren ’70, waarin kapingen en ontvoeringen om politieke doeleinden doorlopend het wereldnieuws bepaalden.

 

In DOOD SPOOR leest u uitgebreid over het bovenstaande en de uiteindelijke afloop. In een epiloog vertelt de auteur ook beknopt over het verdere verloop van deze bevolkingsgroep binnen de Nederlandse grenzen.