Ik ben in paniek. Ik hyperventileer en voel me tot in mijn uiterste vezels gespannen. Straks rijden we samen naar Groningen, om daar de ontwikkelingen af te wachten. Arno, Petra, Ans en Cees blijven onder de hoede van mijn zus en zwager hier op de boerderij achter. Het kán niet anders. Ook Jaap is diep ongerust over de afloop. Zó uit zijn doen heb ik hem nog niet gezien sinds die vreselijke maandagmorgen. (Ongelofelijk. Het lijkt een mensenleven geleden dat Mariska gewoon bij ons thuis was. Met haar dwarse buien, maar ook haar schaterlach en wilde ideeën). Jaap moet de laatste beesten nog verzorgen en daarom heb ik even de tijd iets op te schrijven. Ik heb in deze bewogen weken gemerkt dat dat goed voor me is. Door het vastleggen van mijn gevoelens en emoties heb ik daar een zekere sturing aan kunnen geven.Het komt allemaal door twee televisie-uitzendingen vanavond. In de eerste gaf minister De Gaay Fortman uitleg over de actuele situatie. Hij zei nadrukkelijk dat de rechtsorde nu snel hersteld moet worden. Als het kán zonder verlies van mensenlevens. Dat zei hij. Onbewogen, leek me. Anderhalf uur later, in het elfuur - journaal van zojuist, verschijnen opeens die twee Molukse mensen die beide keren de trein bezocht hebben op het nieuws. Dokter Tan heeft uitgelegd dat hij en die mevrouw Soumikil of zoiets, eigenlijk helemaal níets hebben bereikt. Dat de kapers niet tot enig voorstel te bewegen zijn. En de regering evenmin, zei hij er verwijtend bij. Hij en die mevrouw hadden met hun
tweede reis niets meer te bieden. Hij is doodsbang voor een harde ontknoping van de gijzeling en vreest een burgeroorlog tussen Nederlanders en Ambonezen.
Ik ben helemaal kapot na dit dramatische verhaal. Jaap ook. Wat gaat er gebéuren?? We waren het er gelukkig heel snel over eens dit niet thuis te gaan zitten afwachten. Middenin de nacht vertrekken wij voor de lange reis naar het opvangcentrum in Groningen. Want er staat iets voor de deur, daar twijfelen we niet meer aan. Aan de ene kant snakken wij er allen naar. Ik word verteerd door zorg om Maris. Hoe zal ze er toch aan toe zijn, na bijna negentien dagen in handen van die bruten? En anderzijds…..och, ik hoef dat allemaal niet op te schrijven. Wát er ook gaat gebeuren (er gaan wel veel geruchten, maar niemand weet het): ik verstijf nu al van angst bij de gedachte aan geweld. Van slapen komt vannacht weer niet veel, maar dat ben ik al bijna gewend. En toch is er ook regelmatig die bovennatuurlijke rust die God mijn Vader mij genadig geeft. Dat valt niet goed te beschrijven. Dan is deze totaal onbegrijpelijke weg toch ergens goed voor. Al weet ik echt niet wáárvoor. Dan is ook Mariska veilig in Zijn handen, hoe het ook afloopt. Ik zie Jaap aankomen om zich nog snel even om te kleden voor we vertrekken. Dit boek gaat dicht. Ik kijk nog vlug of haar kamertje netjes in orde is. Voor als we haar mee terug mogen brengen. Help ons, God Almachtig.