“Nou, vooruit dan!”
Verbeten sloeg Lex met zijn vuist tegen de wand. Afwisselend dreigend en een beetje hulpeloos keek hij Elma aan. Zijn wilde, langer geworden haren fladderden in een heftige hoofdbeweging om hem heen. In zijn ogen stond diepe onrust te lezen. Elma hield haar adem in en slikte een vreugdekreet weg. Lex zou het zeker niet goed opnemen als zij zich als overwinnaar ging gedragen.
Hoe ze het klaarspeelde, begreep ze zelf niet. Na de inzinking vrijdagochtend had ze zich een poos teruggetrokken om op verhaal te komen. Frans, die aan de schuifdeur verscheen om te kijken waar de dokteres bleef, trok zich ijlings terug toen hij haar als een hoopje ellende alleen zag zitten. De vrouwen die op het rooster stonden voor hygiëne en medische controle kwamen veel later aan de beurt dan de bedoeling was. Maar toen Elma vertelde welke confrontatie ze met Lex, Mattheüs en Hendrik achter de rug had, kreeg ze alle begrip van hen. Na aandringen van enkelen liet ze ook iets los over haar eigen gevoel. Nelleke de Graaf vroeg door, de ogen met warme belangstelling op haar gericht. Uitgerekend tegen déze jonge vrouw voelde ze al dagenlang weerstand. Misschien wel afgunst, sinds ze haar met Lex in een blijkbaar diepzinnig gesprek betrapt had. Nelleke had gevraagd hoe ze zich in deze rol voelde. Of de verantwoording niet te zwaar op haar schouders lag. Haar weerstand smolt weg. Samen met de ander in de ziekenboeg huilde ze opnieuw.
Nelleke had niet veel gezegd, maar een arm om haar heen geslagen. Tenslotte lachten ze allebei wat onwennig. Elma ging door met de controle. Dat nu juist die Nelleke dit voor elkaar moest krijgen. Ze had haar toch echt niet leuk behandeld! Eigenlijk moest ze nu lachen om haar eigen bespottelijke jaloezie. Als Nelleke een beetje omgang had met Lex, de man die ze verder weg wenste dan wie ook, nou: dan deed ze dat toch? Trouwens, Nelleke taalde er allang niet meer naar. Het meeleven en begrip hadden haar erg goed gedaan. Opnieuw vond ze de energie haar onvrijwillig opgelegde verantwoordelijkheid te dragen en haar medische taken uit te voeren. Contact met Lex onderhield ze zo min mogelijk. Smeken om een betere behandeling was toch boter aan de galg gesmeerd. Totdat ze vanmorgen de zwangere Hannie opnieuw onderzocht en een harde buik constateerde. Wat dat kon betekenen wist ze ook niet precies, maar ze was er niet gerust op. Vastberaden en beheerst kiende ze het zo uit Lex alleen te treffen. Ze confronteerde hem met haar waarneming en pleitte voor
vrijlating. Hij wilde toch geen misdaad tegen een ongeboren vrucht op zijn geweten hebben?
“Vooruit dan maar”, gromde Lex nog eens. Hij schoof Elma, tegen zijn gewoonte, een beetje ruw opzij en greep de hoorn van het toestel aan de wand.
“Lijn 747. Ik heb een mededeling.”
“Ga uw gang.” De bandrecorderspoelen draaiden; alles werd opgenomen.
“Er zijn twee vrouwen in verwachting. Zij mogen naar huis. Er is wel een eis aan verbonden.”
“Ik luister.”
“Zij worden uitgewisseld tegen onze nationale trots. Pas als er een RMS-vlag met stok is bezorgd, laat ik ze gaan.”
Van der Feltz verborg zijn verbijstering over deze ruil en bedwong de neiging uit pure lachlust op zijn knieën te slaan. Dit was een memorabel moment. Ontspannen lachen was de afgelopen twee weken niet bepaald royaal aan bod gekomen. Hij grijnsde naar zijn medewerkers in de bunker en dwong toen zijn stem tot een neutrale klank.
“We gaan onmiddellijk aan de slag, meneer Rehail. Uw voorwaarde zal worden uitgevoerd. Ik stuur een ambulance om de dames op te halen.”
“Hoe moet die hier komen? Over de rails soms?”
“Door de weilanden. Gaat wat moeizaam, maar dat lukt wel.”
“Nee. Er komt geen ambulance. Dat hotsen en botsen is veel slechter voor ze dan het eindje wandelen tot de spoorwegovergang.” Lex wilde de autoriteiten niet de indruk geven dat de vrouwen niet meer in staat waren een stukje te lopen. Of dat ze ziek waren. De hobbelige weilanden verschaften een mooi excuus om een ziekenauto uit de buurt te houden.
De onderhandelaar aarzelde. “Het is een behoorlijk eind lopen. Nee, dat wil ik niet.”
“Je hebt weinig te willen, meneer”, reageerde Lex dreigend. “Als je de vrouwen vrij wilt, stop dan met zeuren. Je moest die twee dames eens meegemaakt hebben hier. Een en al vrolijkheid, man! Eigenlijk ben ik gek om ze te laten gaan. Maar die ongelofelijke vasthouder van een dokteres blijft aan m’n kop zeuren. En…..”
Alsof Lex zich plotseling realiseerde dat hij zich een beetje liet gaan tegenover een tegenstander brak hij abrupt af.
“Wanneer is de vlag er?”
“Even kijken. Het is nu half elf. We moeten er nog een gaan kopen, dus het zal…..”
“Kopen? Het is zóndag, man. Geen winkel open. Regel het maar met Lokollo of zo.”
“Daar hebt u gelijk in. Doen we. Binnen een paar uur is het voor elkaar.”
“Opschieten.”
“Ik heb nog niet gezegd dat ik akkoord ga met het lopend afhalen van de vrouwen. Ik stuur een dokter met de vlag. Als híj de vrouwen goedkeurt, is het akkoord.”
Lex dacht even na. “Een Molukse dokter dan”, gaf hij onwillig toe. “Ik heb Tutuhatunewa op het oog.”
“Dat is akkoord. Die man is tenminste te vertrouwen.”
“Afgesproken, Lex.”
Er kwam van alles in beweging. Van der Feltz hield kort ruggespraak met Den Haag en kreeg toestemming. Als de kaper een vlag wilde: geen probleem. Mits het discreet gebeurde, om de Indonesische ambassade niet te irriteren met aanstootgevend RMS-vertoon door rebellen. Er werd contact gelegd met het Molukse crisiscentrum. Van der Feltz sprak kort met dr. Tutuhatunewa. Die stemde graag in met het verzoek de trein te benaderen. Van der Feltz gaf instructies, maar de Molukse dokter beklemtoonde als onafhankelijk medicus deze eervolle taak te zullen uitvoeren. Toen drong de onderhandelaar niet verder aan. Een stok en een Molukse vlaggendoek waren snel gevonden. De dokter opperde dat de lange witte stok waarschijnlijk snel de aandacht zou opeisen van de onvermijdelijke nieuwsgaarders rondom het afgezette terrein. Zou hij die maar niet achterlaten en alleen de doek in een tas meenemen?
Assen stemde daar graag mee in. Hoe minder ophef, hoe beter. Als de kapers boos werden, lag de schuld bij hun eigen dokter.
Een politieauto zette vanuit de stad koers naar snelweg E35 richting Groningen en sloeg een aantal kilometers verderop weer af.